Presentatie Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024

dinsdag, 11 juni 2019

Dinsdag 11 juni heeft minister Van Engelshoven haar uitgangspuntenbrief over het cultuurbeleid 2021-2024 gepresenteerd in de LocHal in Tilburg. De minister stelt in haar brief ‘Cultuur voor iedereen' dat in de culturele basisinfrastructuur plek wordt gemaakt voor meer spelers en voor andere genres. Zo wordt het culturele aanbod een goede afspiegeling van de verschillende voorkeuren in de samenleving én van het culturele veld. Het subsidiebudget van de basisinfrastructuur wordt uitgebreid met €44 miljoen tot €375 miljoen. Deze investering maakt deel uit van de structurele investering van € 80 miljoen in cultuur vanaf 2020.

Minister Van Engelshoven: “Cultuur verrijkt. Het verdiept ons gevoelsleven, het maakt onze samenleving hechter en stimuleert bedrijvigheid. En het heeft natuurlijk waarde in zichzelf.”

De minister schrijft daarom in haar brief: “De culturele basisinfrastructuur moet het beste bevatten dat het culturele leven te bieden heeft. We koesteren de orkesten, theaters en dansgezelschappen die geweldige kwaliteit leveren. Daarnaast moeten nieuwe vormen, andere genres en nieuw publiek er een plaats in krijgen. Ook is het belangrijk dat kunstenaars een eerlijke beloning ontvangen voor hun inspanningen.”

De nieuwe uitgangspunten worden gebruikt voor de samenstelling van de basisinfrastructuur. Dat zijn de culturele instellingen die een directe subsidie van het rijk ontvangen. Minister Van Engelshoven is tot haar visie gekomen na het advies van de Raad voor Cultuur en vele gesprekken met makers, instellingen en bestuurders.

Film

Voor de filmsector blijven vier filmfestivals deel uit maken van de basisinfrastructuur (momenteel IFFR, IDFA, Cinekid en het Nederlands Film Festival). Het totale budget voor de festivals wordt versterkt met €750.000.

Ook is in de Uitgangspunten opgenomen dat er binnen de basisinfrastructuur extra ruimte komt voor ontwikkelplekken waar buiten het directe maakproces kan worden geëxperimenteerd. Het gaat niet om specifieke plekken per sector maar bij de beoordeling van plannen wordt wel gelet op spreiding over disciplines en spreiding over het land. Sinds 2013 is de infrastructuur van talentontwikkelingsplekken voor film verdwenen. De Uitgangspunten bieden een opening deze weer te versterken.

Bij Eye wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de collectietaken en de publiekstaken die daarmee samenhangen en anderzijds de ondersteunende taken voor internationale promotie van de Nederlandse film en landelijke coördinatie van filmeducatie. De ondersteunende taken worden gefinancierd via de basisinfrastructuur en de overige taken via de Erfgoedwet. De reeds ingezette impuls bij Eye voor educatie van €1,2 miljoen wordt in de periode 2021-2024 gecontinueerd. Ook wordt er een stap gezet om meer duidelijkheid te scheppen en tot meer effectiviteit en efficiëntie te komen wat betreft de internationale promotie van de Nederlandse film en filmsector. Beleidsontwikkeling, uitvoering en verantwoording moeten voortaan door Eye en het Filmfonds gezamenlijk worden opgepakt. De activiteiten van de Creative Europe Desk NL/MEDIA maken deel uit van de bovensectorale instelling internationaal cultuurbeleid (Dutch Culture) die in de Uitgangspunten bij de ondersteuningsstructuur wordt benoemd.

Bij het Filmfonds wordt de reeds ingezette impuls voor filmeducatie van €2,3 miljoen (niveau 2020) gecontinueerd ten behoeve van het netwerk van filmeducatiehubs en professionalisering van het aanbod. De recente impuls voor talentonwikkeling en vernieuwing wordt daarnaast in 2021 gecontinueerd met €2,18 miljoen. Dat is €672.250 lager dan er nu gemiddeld in 2019 en 2020 beschikbaar is. Op dit moment worden deze middelen ingezet voor extra ruimte voor ontwikkeling van filmprojecten, talentontwikkeling buiten het directe maakproces, verbetering van de aansluiting tussen vraag en aanbod en vergroting van de diversiteit in het palet aan producties via onder meer de regelingen voor New Screen Low Budget, De Verbeelding in samenwerking met het Mondriaan Fonds, Immerse\Interact in samenwerking met het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Ateliers voor scenaristen en talentontwikkelingsactiviteiten in de regio. De korting van €150.000 die op het budget van het Filmfonds wordt doorgevoerd betreft het aandeel in de eerste impuls van 10 miljoen euro die in november 2017 voor de cultuur beschikbaar kwam. Deze middelen komen momenteel via het Nederlands Film Festival ten goede aan het Academiesysteem en NFF-Extended.

In de Uitgangspunten is ook opgenomen dat in 2020 het budget voor de Production Incentive bij het Filmfonds wordt versterkt met €5,55 miljoen waarmee de pilot voor high-end TV-series kan worden gecontinueerd.

Over het advies van de Raad voor Cultuur over heffingen en het filmbeleid van de Publieke Omroep zal minister van Engelshoven samen met minister Slob de Tweede Kamer apart informeren. Deze twee belangrijke onderwerpen voor de positie van de onafhankelijke filmsector, die onder toenemende druk staat en in samenhang hiermee de diversiteit, kwaliteit, zichtbaarheid en toegankelijkheid van culturele audiovisuele producties van eigen bodem, komen dus nog niet aan bod. Wel wordt het belang om genoemde positie te versterken benadrukt met de bekrachtiging van de opdracht aan het Filmfonds om meer ruimte te creëren voor de ontwikkeling van filmprojecten en de autonome makers - scenaristen, regisseurs en onafhankelijke producenten – en zijn regelingen zo in te richten dat druk om te snel in productie te gaan afgeremd wordt; de lijn ‘’meer geld voor minder films’’ voort te zetten en scherpe keuzes te maken bij de kwaliteit van producties, meer diversiteit in het palet aan audiovisuele producties aan te brengen en met de Production Incentive de internationale concurrentiepositie en inzet van Nederlandse filmprofessionals bij filmproducties te blijven stimuleren.

Tweede Kamer

Op 20 juni vindt een hoorzitting in de Tweede Kamer plaats over de uitgangspuntennotitie cultuurbeleid 2021 - 2024 en op 27 juni debatteert de Tweede Kamer over de brief.

Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024

Bron: Rijksoverheid & Filmfonds